Nordlandsbanen – met de trein over de poolcirkel

Nordlandsbanen
met de trein over de poolcirkel

Ontwerp modelspoorbaan en bouw landschapsgedeelte: Hans Peters. Opstelmodule, bedieningslessenaar en computersturing: leden van MST de Maaslijn. Rollend materieel: Tonny van Loon en Hans Peters.

Korte kenschets modelspoorbaan

In het najaar van 2018 is begonnen met een nieuwe Noorse modelspoorbaan waar de treinen over de poolcirkel rijden. Met motieven naar origineel voorbeeld van de Nordlandsbanen en Meråkerbanen uit het noorden van Noorwegen. Met het ruige landschap van de poolcirkel, dat langzaam overgaat in het voor velen onverwacht groene landschap elders op de Nordlandsbanen. Deze baan is privé-eigendom van Hans Peters. Hans Peters presenteert deze baan samen met leden van MST de Maaslijn op tentoonstellingen.

Typisch voor het ruige landschap zijn de sneeuwtunnels; die op het Saltfjellet is als voorbeeld gekozen. Ook is een vakwerkbrug te zien zijn in een veel voorkomende bouwwijze; in dit geval die over de Dalselv bij Nordrana langs het fjord. Een station zal niet ontbreken: het station van Hell met goederenloods. Verder verschillende boothuisjes langs het fjord bij Nordrana, een landhandel, diverse huizen en de locomotievenloods met draaischijf van Majavatn. En uiteraard de passage van de poolcirkel. De aftakking naar de Meråkerbanen maakt de inzet van Zweeds materieel mogelijk. De uitgebeelde situatie is rond het jaar 2000.

ergens in dit landschap passeert de trein van de Nordlandsbanen de poolcirkel

geen stoomlocomotief, maar een Di 4 653 diesellocomotief van de Noorse spoorwegen op de Nordlandsbanen verlaat in 2009 het station van Trofors; de rijtuigen in de rode kleurstelling van die tijd, genaamd nydesign

De Nordlandsbanen is niet geëlectrificeerd. Op het spoor rijden daarom dieseltreinstellen en ronkende diesellocomotieven, die personen- en goederentreinen trekken. Bij Hell en Majavatn wordt gerangeerd en is een groot aantal typen Noorse diesellocomotieven te zien. Van de Di 2 tot de Di 12 en diverse particuliere loc’s.

in de buurt van Mo I Rana rijdt deze Di 4 in 2016 langs het fjord in zuidelijke richting

De Nordlandsbanen is ook een verhaal over landschappen. De spoorlijn volgt de kustlijn en gaat door groen beboste dalen. Een spoorlijn met tunnels, hoge watervallen, kolkende rivieren en weidse landschappen. Noorse vlaggen die wapperen aan hutten. Op het Saltfjellet, een glooiend en rotsachtig terrein met de kale toppen, passeert de trein de poolcirkel.

Onderweg kan men het verleden ervaren. Zoals in Trondheim met zijn prachtige Nidaros Domkirke. En Stiklestad, de locatie van de beroemde veldslag van 1030 met King Olav Haraldsson. Mosjøen, omringd door beboste bergtoppen met het prachtige stadsdeel Sjøgata met houten gebouwen, bewaard gebleven uit de 19e eeuw.

Attracties langs het spoor zijn, behalve het landschap en de poolcirkel, het Namsskogan Familiepark en bij aankomst in Bodø de boot naar de Lofoten of een ritje naar de Saltstraumen, waar elke zes uur maximaal 400 miljoen kubieke meter water door een zee-engte van slechts 150 meter breed stroomt. Voor het Namsskogan Familiepark reed lange tijd een speciaal hiervoor beschilderd rijtuig mee met het opschrift : Bamsetoget, pa sporet till Namsskogan Familiepark.

En overal: aquavit, een sterke drank in meer dan 100 soorten.

Modelspoorbaan Nordlandsbanen

Bouw van de modelspoorbaan

De constructie van de modelbaan is gelijk aan die van onze andere Noorse baan Flåmsbana Berekvam. Dus modules met een mooi Noors landschap op een los onderstel, goede LED-verlichting en originele achtergrondfoto’s. Toch zal deze nieuwe baan een heel andere sfeer uitstralen. Het landschap in het noorden is nu eenmaal anders dan in de rest van Noorwegen. Ook op de Nordlandsbanen zullen de treinen digitaal en computergestuurd rijden.

Centraal in de baan komt het station van Hell met omgeving, volledig in model op schaal 1:87. Links daarvan komt de brug over de Dalselv bij Nordrana en de passage van de poolcirkel. Rechts van station Hell de aftakking van de Meråkerbanen, de landhandel en de locomotievenloods met draaischijf van Majavatn.

plattegrond baanontwerp Nordlandsbanen

De lengte van het gedetailleerde gedeelte van de baan is 600cm bij een hoogteverschil van 90cm. De baan is 100cm diep, waardoor het noord-Noorse landschap goed tot zijn recht komt. Het benodigde oppervlak is circa 11 x 4.50 meter, zonder de informatiehoek met TV. Deze vraagt een extra breedte van 2.00 meter. Het totaal bedraagt dan circa 13 x 4,50 meter. Het 7-sporige opstelstation aan de achterkant van de baan zorgt voor een gevarieerde treinenloop. De modulaire samenstelling vergemakkelijkt het transport in een bestelbusje.

De baan is ontworpen voor een maximale treinlengte van 2.50 meter. Dat komt overeen met 1 diesellocomotief en 7 personenrijtuigen.

 

Een baan met zes verschillende motieven

  1. Polarsirkelen. De ruige hoogvlakte van de poolcirkel met een sneeuwtunnel en natuurlijk een heus monument dat de poolcirkel markeert. Vele stroompjes met water monden uit een een beek, die naar het fjord voert.
  2. Dalselv. Het ruige landschap gaat over in een meer groen landschap, waar tijdens de zomer de seringen in bloei staan. Met berkenbomen en een typische brug, waarvan er meerdere liggen in de Nordlandsbanen. Met rood geverfde boothuisjes aan het fjord.
  3. Station en Godshus Hell.   Een mysterieuze plek op de Nordlandsbanen, alleen al vanwege de naamgeving. Daarin zit iets onheilsspellend. Het station is nu als zodanig niet meer in gebruik. In 2000 stopten de treinen hier nog wel. Bij het station komen uiteraard origineel Noorse seinen.
  4. Landhandel. Een winkel waar je bijna alles kunt kopen voor een goed leven in het noorden van Noorwegen. Bij ons al uitgestorven. Hier nog in volle glorie te zien.
  5. Lokomotievenloods met draaischijf Majavatn. Dat een lokomotievenloods er niet uit hoeft te zien als die bekende loods van Vollmer, bewijst deze plek. Een lichtgroen geverfde loods met een echte Noorse draaischijf, geheel bekleed met, hoe kan het anders, hout. Om ‘s-nachts voor de bittere kou in de winter veilig te zijn.

locomotievenloods Majavatn met draaischijf gefotografeerd in 2016; de loods wordt gebruikt voor treinstellen en onderhoudstreinen, in de winter geen overbodige luxe.

6. Meråkerbanen. Een aftakking van de Nordlandsbanen, die verbinding geeft met Östersund in Zweden. Dit is de enige aftakking, waar men vanaf de Nordlandsbanen naar Zweden kan reizen.

Het rollend materieel op de modelspoorbaan

Bij een mooi landschap op de modelspoorbaan hoort ook het juiste rollend materieel. Op de Nordlandsbanen worden daarom treinen ingezet, die daadwerkelijk op deze lijn rijden of gereden hebben.  Dit betreft personentreinen, goederentreinen, railbussen en werktreinen vanaf de opening van de complete lijn in 1962 tot nu. Sinds de privatisering van de spoorwegen in Noorwegen in de periode 1996 – 2002 rijden naast de staatsspoorwegen NSB ook diverse particuliere spoorwegmaatschappijen op de Nordlandsbanen. Zoals ook bij Flåmsbana Berekvam wordt ook met historische museumtreinen gereden. De getrokken treinen rijden met 1 of 2 diesellocomotieven in voorspan.

De personentreinen worden allemaal getrokken door locomotieven van de NSB. De huidige standaardsamenstelling van de dag/nachttrein bevat uitsluitend 2e klas rijtuigen. Met een restauratiewagon en een comfortwagon met gratis koffie en snacks, maar ook een wagon voor huisdieren en eentje voor gezinnen met kinderen,

een Di 4 met rijtuigen in de nieuwste kleurstelling, siste design, passeert de poolcirkel in 2013

Bij het goederenvervoer rijden veel treinen van particuliere ondernemingen; dat geeft een gevarieerd en kleurrijk beeld op de baan. Behalve van de NSB rijden er treinen van Cargonet, Cargolink, Three T en Railcare.

Het grootbedrijf

De spoorlijn van de NSB naar het hoge noorden waarmee men de poolcirkel passeert

De van zuid naar noord getraceerde spoorlijn van Oslo naar Bodø heeft een lengte van 1280 kilometer. Men zit meer dan 18 uur in de trein. De eerste 70 km tussen Oslo en Eidsvoll heeft Hovedbanen als naam meegekregen. De treinen rijden vervolgens van Eidsvoll naar Trondheim via de Dovrebanen.  Tussen Oslo en Trondheim leggen de treinen een afstand af van 550 km.

Boven Trondheim begint het smalle gedeelte van Noorwegen en ook de Nordlandsbanen tot aan Bodø over een afstand van 730 km. Op dit gedeelte passeert men de poolcirkel. Het laatste gedeelte van de lijn, tot Bodø, werd pas in 1962 geopend. Een groot deel van de route loopt parallel met de belangrijkste, maar ook de langste weg in Noorwegen, de E6. De trein is onderweg daardoor gemakkelijk te spotten. Omdat er maar een paar treinen rijden is een dienstregeling daarbij onontbeerlijk.

Op you tube (hans peters railroad movies) staat een film over de Dovre- en Nordlandsbanen. De film begint op de Dovrebanen met treinen op de stations van Oppdal, Otta, Ringebu en Dombås. Vervolgens met beelden van diverse stations van de Nordlandsbanen tot aan het eindpunt in Bodo.

Wil men met het openbaar vervoer nog noordelijk reizen, dan kan dit met de lijnbus van Fauske naar Narvik. Een rit van slechts 250 kilometer. In Narvik kan men weer op het spoor overstappen en wel op de ertslijn naar Zweden. Maar men kan vanuit Narvik ook de bus nemen naar het noordelijkste punt van Noorwegen om de Noordkaap te bezoeken. Of nog verder naar Kirkenes, bijna in Rusland.

Het oudste station aan de lijn tussen Oslo en Bodø is dat van Hamar. In Hamar ligt ook het Noors spoorwegmuseum, dat een aantal jaren geleden vernieuwd is. Naarmate men noordelijker komt zijn de stations van recentere datum. Veel van de in de loop der jaren gebouwde, veelal houten, stations zijn nog steeds in gebruik, waaronder die van Mo i Rana en Fauske.

 niet alle stations zijn aan de buitenkant rood geschilderd; het station Bolna aan de Nordlandsbanen is grijs

Hovedbanen

De Hovedbanen tussen Oslo en Eidsvoll is de oudste normaalspoorlijn van Noorwegen. Bij de bouw van de lijn heette Oslo nog Christiania. Deze lijn, met een lengte van ongeveer 70 km, is sinds 1953 volledig geëlectrificeerd. De capaciteit van deze spoorlijn laat te wensen over, waardoor er nu nogal wat vertragingen zijn.

Dovrebanen

De treinen op de Dovrebanen rijden van Eidsvoll naar Trondheim.  Langs de Dovrebanen liggen 55 stations. Bij Dombås rijdt de trein via een tunnel het station binnen. In Dombås begint ook de beroemde Raumabanen. De Raumabanen is bekend geworden van de fraaie NOHAB lokomotieven, die op deze lijn nog heel lang door het schitterende dal reden, met deels steile rotsen ter weerszijden, naar het fjord bij Åndalsnas aan de kust. De foto van een dergelijke trein op een brug over een kolkende rivier staat nu nog in elke reisfolder van dit gebied. Nu rijdt de zware diesellocomotief type Di4 met een aantal B3 rijtuigen als sightseeingstrein op deze lijn met aan boord de passagiers van de cruiseschepen, die aanmeren in Åndalsnas.

Op de Dovrebanen klimt de trein na Dombås naar het hoogste punt van de lijn op meer dan 1000 meter. Dit punt ligt bij station Hjerkinn op het Dovrefjellet. In Noorwegen is men op deze hoogte de boomgrens al gepasseerd. In 2015 maakten tussen Oslo en Trondheim 752 000 reizigers gebruik van deze spoorlijn.

hier verdwijnt in 2011 de trein in 1 van de 2 tunnels onder de plaats Dombås, in dit geval richting Fauske- Bodø

Meråkerbanen

Even ten noorden van Trondheim ligt het station van Hell, waar een aftakking is naar Östersund in Zweden: de Meråkerbanen. Tot aan de Noors/Zweedse grens leggen de treinen een afstand van ruim 100 km af. In Zweden gaat de lijn door een van de bekendste wintersportgebieden van het land. In Östersund kan men overstappen op de Inlandsbanen, waarmee men door het Zweedse binnenland kan reizen. Na een reis van 750 km bereikt met Gällivare, waar overgestapt kan worden op de ertsspoorlijn naar Narvik of naar Luleå.

Het voorbeeld Nordlandsbanen

De treinen op de Nordlandsbanen leggen tussen Trondheim en Bodø, dat boven de poolcirkel ligt, een afstand af van 730 km. De lijn is niet geëlektrificeerd. Het station van Hell, noordelijk van Trondheim, is motief voor de modelspoorbaan.  Door de naam van de goederenloods, Hell Godshus, maakt deze plek mysterieus en is daardoor een toeristische trekpleister geworden voor selfies.

De Nordlandsbanen gaat door fraaie beboste gebieden. Ten zuiden van Mo I Rana gaat de trein via een stalen vakwerkbrug over de rivier de Dalselv (vertaald: vallei-rivier), motief voor de nieuwe modelspoorbaan. Deze rivier mondt uit in de Ranfjorden. Tussen Mo I Rana en Fauske wordt zuidelijk van het station van Stødi de poolcirkel gepasseerd. Hier gaat de trein over het Saltfjellet. Ook motief voor de modelspoorbaan. Dit is het hoogst gelegen deel van de Nordlandsbanen, namelijk 680 meter boven de zeespiegel. Op deze hoogvlakte groeien echter al geen bomen meer. Na deze hoogvlakte volgt de afdaling naar Fauske door een prachtig begroeid berglandschap, dat niet de indruk wekt in het hoge noorden te zijn. Het laatste gedeelte gaat langs het water van de Saltfjorden naar het havenstadje Bodø.

Langs de Nordlandsbanen liggen ruim 40 stations, waar nu nog een personentrein stopt. Het aantal reizigers per station is in dit dunbevolkte gebied uiteraard niet zo groot. Tussen Trondheim en Bodø werden in 2015 op jaarbasis toch nog 546.000 reizigers geteld. Attracties langs het spoor zijn, behalve het landschap en de poolcirkel, het Namsskogan Familiepark en bij aankomst in Bodø de boot naar de Lofoten. Voor het Namsskogan Familiepark reed lange tijd een speciaal hiervoor beschilderd rijtuig type B-3 mee, dat ook op onze modelspoorbaan te zien zal zijn. Met het opschrift : Bamsetoget, pa sporet till Namsskogan Familiepark.

Bij diverse stations liggen locomotievenloodsen. Deze worden nu nog gebruikt, zoals die bij Majavatn. Een houten loods, waar plek is voor 2 locomotieven of treinstellen. Motief voor de modelspoorbaan.

Plannen voor de voortzetting van Nordlandsbanen verder naar het noorden werden begin jaren negentig door de regering in de ijskast gezet. Te duur.

 

Treinen op de Nordlandsbanen

Treinstellen

De personentreinen rijden als dagtrein of als nachttrein. Een tijd lang zette men een Talent-treinstel type Bm 93 in als dagtrein; dat is echter teruggedraaid. Nu rijden er weer getrokken dagtreinen.

een Talent-dieseltreinstel Bm 93 in Dombås in 2017

Overdag wordt over kortere afstanden nog wel met treinstellen gereden. Die zijn nu van het type Bm 92 en Bm 93. Beide zijn 2-delig. Maar ook de oudere typen, zoals de roodbruine Bm 86, hebben op deze lijn gereden.

treinstel Bm 92 11 in Trondheim in 2005

Locomotieven

Bij de ingebruikname van de lijn werden zowel de personen- als de goederentreinen getrokken door een diesellocomotief van het type Di 3.  Deze loks, met bolle neus, zijn bekend geworden door hun betrouwbaarheid en gebouwd door Nohab. Nohab is een afkorting van Nydquist och Holm of Trollhätten AB. Deze werden dus in Zweden gebouwd. Deze locs hebben bijna 30 jaar lang op deze lijn gereden. De Noorse Nohab-loc’s hadden maar aan één zijkant van de cabine een deur. De andere was dichtgemaakt, vanwege de kou in de winter.

Nohab Di 3 615 op een zijspoor in Hamar in 2009

Nohab Di 3 625 in Narvik in 2005, ingezet bij de Ofotbanen; goed te zien is dat er slechts 1 deur aan de zijkant is

Pas sinds 2001 rijden er nieuwere locs van het type Di 4. De nog modernere Di 6, die een tijdlang de tractie voor personentreinen vormde, is wegens technisch onoplosbare problemen teruggegeven aan de fabrikant. Echter als Cargolink locomotief reed deze vanaf 2008 weer op het Noorse spoorwegnet, nu echter voor goederentreinen. Dat stopte toen Cargolink in 2016 failliet ging.

Di 4 651 diesellocomotief in Bodø in 2011

Tussen het beginpunt van de lijn in Trondheim en het eindstation Bodø rijden nu elke week 24 goederentreinen. Deze zijn goed voor 80% van al het goederenvervoer naar het noorden van Noorwegen. De goederentreinen worden, sinds de buitendienststelling van de Di 3, getrokken door de rood/gele diesellocs Di 8 van de NSB (soms de rood/gele Di 7) of door de grijze diesellocs Di 8 van Cargonet. Deze locs rijden vaak in voorspan. Cargonet, begonnen als NSB gods, is goederenvervoerder. Eigenaars zijn de Noorse NSB en het Zweedse Green Cargo

Di 2 van de NSB in de rood-gele kleur, ook wel lego kleuren genoemd

Ook wordt de zwaardere CD 312 (ook wel Di 12 genoemd) van Cargonet ingezet. Dit is een eenheidsloc type Euro 4000. Tot 2010 reed de CD 66 (begonnen als Di 9) van Cargonet; deze is elders in Europa bekend als CLASS 66.

Locomotieven van particuliere maatschappijen zijn regelmatig te zien, zoals  de NOHAB Three T diesellocomotief in de kleuren rood/wit/blauw voor een onafzienbare rij van houttransportwagons. Maar ook de vanuit Denemarken afkomstige groen/blauwe diesellocomotief van Baneservice met een rij containerwagons of, zoals op de foto, onderlossers. In Trondheim, Mosjøen, Mo i Rana, Fauske en Bodø zijn goederenterminals ingericht.

Treinen met loc’s in voorspan bestaan ook wel uit verschillende types. Maximaal drie locomotieven van de types Di 3, Di 4, Di 6 en Di 8 kunnen door elkaar in voorspan worden gebruikt.

Rangeerlocomotieven

Om te rangeren beschikt de NSB over een reeks van zogeheten rangeertractoren met type-aanduiding als Ska (op accu), Skb (op benzine) en Skd (op diesel).

een rangeertractor op het station van Otta: de Skd 220 153 in 2009

Personenrijtuigen

De personenrijtuigen waren in de zestiger en zeventiger jaren roodbruin van kleur (gammel design, met gele langsstreep en mellom design zonder gele langsstreep). Gevolgd door rood met nieuw NSB logo (nydesgn). De huidige kleurstelling, ingevoerd vanaf 2007, is rood/grijs met oranje deuren (siste design). Op de Nordlandsbanen kwamen in de loop der jaren al deze kleurstellingen voorbij. Blijkens films en foto’s zijn ook alle gangbare Noorse rijtuigtypen, die vanaf circa 1960 zijn gebouwd, op de Nordlandsbanen gespot. Dit betreft de typen B3 (gebouwd vanaf 1962), B3-2 ex B2, B5 (vanaf 1975)  en B7 (vanaf 1980). In alle getrokken treinen reed een bijzonder soort rijtuig mee, dat wettelijk verplicht was. Dit rijtuig had, naast een 2e klas compartiment, een conducteursgedeelte, een bagagegedeelte en als bijzonderheid de mogelijkheid om een ziekenhuisbed te vervoeren met een aparte speciale brede ingang. Deze hadden als type-aanduiding BF-10,  BF-11 of BF-12.

een rijtuig van het type BF; let op de brede harmonicadeur, geschikt voor de breedte van een ziekenhuisbed; foto genomen in Hamar in 2009

type B7 in siste design in Dombås in 2011

type B3 en B3-2 ex B2 naast elkaar in Hamar in 2009 type B3 nydesign in Snåsa in 2009

slaapwagen type B3-2 ex B2 in Narvik in 2007

slaapwagens type B3-2 ex B2 in Narvik in 2007

een rijtuig in gammeldesign met gele streep tussen rijtuigen nydesign in 2009 in Troforsook Zweedse rijtuigen komen op de Nordlandsbanen, zoals dit Bistro rijtuig

Zweedse rijtuigen op de Nordlandsbanen; in de loop der jaren in de hoofdkleurstellingen bruin, rood, blauw en zwart

Goederenwagons

Het huidige goederenvervoer bestaat veelal uit containertreinen. Veel voorkomend op de Nordlandsbanen zijn containers met de opschriften: Nor-Cargo (wit), Posten (rood), Postnord (blauw), Bring (groen) en Linjegods (wit). Daarbij worden grotendeels typisch Noorse draagwagons ingezet. Deze zijn twee-assig of op draaistellen. Door de komst van de particuliere vervoerders ziet men echter steeds vaker ook buitenlandse wagons. In het verleden bestonden de goederentreinen uit een mix van verschillende types twee-assige goederenwagons. In Noorwegen is een groot variatie aan types gesloten houten goederenwagons in bedrijf (geweest). Van de His bestaan al 5 types.

Het zal geen verbazing wekken dat het houttransport een belangrijk aandeel in het goederenvervoer heeft. Ook hiervoor zijn speciale twee-assige en draaistelwagons beschikbaar. Op zijn Noors: Tømmervogn.

 

containerwagons op draaistellen in Åndalsnes in 2011

Nordwaggon 2 assige goederenwagons op station Mosjøen in 2009

Onderhoudstreinen

Onderhoudsmaterieel komt men vaak tegen, wat niet vreemd is bij de grote lengte van de spoorlijn.

een werktrein op het station van Dombås  in 2016

werkwagen His onbekend type op station Otta in 2009

alle fotos: © hans peters